Een uitgave van het Vlaams Komitee voor Brussel

Brusselse Post – Juni 2021

Bernard Daelemans

Bernard Daelemans

Voorzitter
Vlaams Komitee voor Brussel

De vreemde kronkels van Sven Gatz

Na een aanrijding als fietser in Brussel vond slachtoffer Thibault Viaene pas in de achtste politie-combi die langsreed een agent die in staat was een Nederlandstalig proces-verbaal op te stellen.  De man stelt zich daar op twitter vragen over. Daarop reageerde Brussels minister Sven Gatz (OVLD) : “Geen fijn incident. Nu, ik kan je wel zeggen : deze stad past zich niet aan aan jou. Evenmin als New York, Berlijn, Glasgow of Montréal. Dat kun je jammer vinden.
C’est comme ça”.

© Reporters / STG / Alyson P.

Gelukkig heet Thibault niet Sofie Peeters, een jonge Vlaamse die in 2012 een spraakmakende reportage maakte over de seksuele intimidatie waar vele vrouwen in Brussel op straat mee geconfronteerd worden. Stel je voor dat Gatz toen ook getwitterd had van ‘C’est comme ça!’ en ‘Deze stad past zich niet aan aan jou, Sofie.’ Ik denk niet dat er dan nog een ministerpost voor hem had ingezeten. Gelukkig was hij toen slim genoeg om zich in te houden.

Montreal past de taalregels wel toe

Overigens ziet de taalpolitie er in het door Gatz vernoemde Montréal wel degelijk op toe dat de taalregels door openbare besturen én in de privésector netjes gerespecteerd worden. In Montréal zal je dus geen acht combi’s moeten laten passeren vooraleer er een agent is die een proces-verbaal in het Frans of in het Engels kan opmaken. Dat weet Gatz zelf maar al te goed. Meer nog, in het Brussels parlement heeft Gatz ooit uitvoerig (in het Frans) geciteerd uit de Québecse ‘loi 101’, die de taalregels in de Canadese provincie vaststelt. Gatz was toen nog wel mandataris voor de VU.

Vandaag wentelt hij zijn eigen verantwoordelijkheid inzake de niet-naleving van de taalwet af op… de Vlaamse Volksbeweging. Die zou door haar taalwetsfetisjisme en met procedures bij de Raad van State belet hebben dat de Brusselse bestuurders ‘pragmatische’ oplossingen konden vinden om de tweetaligheid bij de openbare diensten te verzekeren. 

Hij verwijst naar toestanden uit de jaren 1990!  Dat is dus 25 jaar geleden. Via de zogenaamde ‘taalhoffelijkheidsakkoorden’ zou de Brusselse regering destijds toestaan dat gemeenten personeelsleden konden aanwerven die dan een jaar de tijd zouden krijgen om de vereiste taalkennis te verwerven en het SELOR-taalexamen af te leggen.

Taalhoffelijkheidsakkoord

Het was eigenlijk niet de VVB maar wel het Vlaams Komitee voor Brussel dat er meteen voor waarschuwde dat deze werkwijze geen zoden aan de dijk zou zetten. Zoals men immers kon verwachten bleek een jaar later dat de inmiddels aangeworven ambtenaren nog steeds geen taalattest hadden gehaald, maar wel op post bleven. Toen na een crisis in de Brusselse regering een nieuw ‘taalhoffelijkheidsakkoord’ werd gesloten is het VKB naar de Raad van State getrokken én werd in het gelijk gesteld. 

De realiteit is al jaar en dag dat met of zonder ‘taalhoffelijkheidsakkoord’ voortdurend Nederlandsonkundigen werden en worden aangeworven door Brusselse openbare besturen en dat de Brusselse regering daar niets tegen onderneemt ofschoon dat haar wettelijke plicht is, zoals eveneens door de Raad van State werd vastgesteld.

Onmachtige Vlaams-Brusselse politicus

Volgens Gatz moeten we inzake de toepassing van de taalwetgeving in Brussel niet kijken naar de onmachtige Vlaams-Brusselse politici zoals hijzelf. Hij meent dat een meer effectieve taalwetgeving kan worden gestemd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers waar de Vlamingen wél macht hebben.

Daar heeft hij inderdaad wel een punt maar levert hij meteen ook een argument om zeker niet het pad in te slaan van een staatsmodel met vier gewesten waarbij de huidige Vlaamse bevoegdheden zouden worden overgeheveld naar de Brusselse autoriteiten. Hefbomen inzake Vlaams beleid in Brussel kunnen best in Vlaamse handen blijven en niet aan Vlaams-Brusselse bestuurders worden toevertrouwd.

Prof. Em. Jan Degadt

Prof. Em. Jan Degadt

Gast auteur Brusselse Post

MERKWAARDIGE BRUSSELSE CIJFERS

‘Effen rekeningen maken de goede vrienden’

Wij hadden het in een vorige bijdrage over de mogelijke gevolgen van het veel besproken voorstel van PS-voorzitter Paul Magnette om de gewesten en de gemeenschappen in dit land te vervangen door vier deelstaten: Brussel, Vlaanderen, Wallonië en (Duitstalig) Oost-België. In deze bijdrage gaan wij wat verder in op dit thema, in het bijzonder de impact van deze ‘staatshervorming’ voor de financiering van de deelstaten.

Gemeenschapsbegroting

Voor Brussel zou het voorstel-Magnette concreet betekenen dat de gemeenschapsbevoegdheden, die nu door de Vlaamse en Franse Gemeenschap in het tweetalig gebied worden uitgeoefend, overgaan naar het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. Mag dat een beetje kosten?

In ‘Mini-BRU 2021’, een statistisch overzicht door het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA), staat dat het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (BHG) in 2019 in totaal 4.915 miljoen euro heeft ontvangen. 48 % van dit bedrag bestond uit fiscale en parafiscale ontvangsten en 16 % uit niet-fiscale en niet-parafiscale ontvangsten. Samen maakt dat 64 %: de middelen die door de Brusselse bevolking en bedrijven worden ingebracht. De resterende 36 % zijn overdrachten van andere overheden. Tegenover de ontvangsten staan voor hetzelfde jaar voor 5.531 miljoen euro aan uitgaven. Het verschil tussen de uitgaven en ontvangsten levert een financieringssaldo (zeg maar een tekort maar het is zeker niet dramatisch) van 616 miljoen euro. Met dit budget betaalt het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest voor het uitoefenen van zijn gewestelijke bevoegdheden.

De gemeenschapsbevoegdheden worden in Brussel niet betaald door het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest maar wel door de drie Gemeenschapscommissies (Vlaamse, Franse en Gemeenschappelijke) en door de twee grote gemeenschappen: de Vlaamse en de Franse. De Franse gemeenschap noemt zichzelf ‘Fédération Wallonie-Bruxelles’. Dit is redelijk verwarrend want de naam suggereert dat het Waalse en het Brusselse Gewest een federatie zouden hebben gevormd. Dit klopt helemaal niet. Bovendien is er al een ‘federatie’ in dit land: het ‘Belgische’ bestuursniveau. Maar tot daar.

De Vlaamse gemeenschap neemt dus ook een deel van de kosten voor de gemeenschapsbevoegdheden in Brussel op zich. De Vlaamse regering heeft hiervoor een beleid: de z.g. Brusselnorm. In het Vlaams regeerakkoord en in de beleidsnota ven de bevoegde minister Benjamin Dalle lezen wij hierover: ‘De Vlaamse Regering blijft de Brusselnorm hanteren, wat betekent dat Vlaanderen mikt op 30% van de Brusselse inwoners en minstens 5% van zijn gemeenschapsbudgetten besteedt in Brussel.’

Vlaanderen laat ook uitrekenen hoeveel dat mag kosten. Dat rekenwerk gebeurt door de ‘Gemengde Ambtelijke Commissie Brussel (GACB)’. Deze commissie bestaat uit ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap (VG) en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Wij hebben deze GACB ook al in een vorige bijdrage geciteerd. Uit het Jaarrapport 2020 blijkt dat de Vlaamse Gemeenschap in totaal 1.017.953.233 euro heeft uitgegeven in Brussel in 2019.

Dat miljard is zeker al niet weinig, zelfs in vergelijking met het gewestelijk budget van 5,5 miljard van het BHG. Voeg hierbij ook nog de bestedingen van de Franse Gemeenschap en het is duidelijk dat het Brusselse Gewest die gemeenschapsbevoegdheden er niet ‘zomaar’ kan bijnemen. De Brusselse minister van Financiën, Sven Gatz, beseft dit natuurlijk en heeft al laten weten dat er ‘boter bij de vis’ nodig is. Anders uitgedrukt: het voorstel van Paul Magnette impliceert een herziening van de financieringswet. Hoeveel is Vlaanderen bereid te betalen voor het afbouwen van zijn bevoegdheden in Brussel?

Allen hebben schulden

Maar dit is niet alles. Al wie ooit te maken had of heeft met fusies of herschikkingen van bedrijven, scholen of andere organisaties weet dat een financiële herschikking niet alleen goede afspraken onderstelt over geldstromen maar ook over schulden. Dat geldt ook voor deelstaten.

Ook hun schulden betalen?

Statistiek Vlaanderen, de studiedienst van de Vlaamse regering, schrijft hierover het volgende: ‘In 2019 bedroeg de bijdrage van de Vlaamse overheid aan de totale geconsolideerde bruto schuld van alle Belgische overheden (volgens het INR-concept) bijna 18,6 miljard euro. De schuld van de Waalse overheden (Franse Gemeenschap en Waals Gewest) lag op ruim 31 miljard euro, de schuld van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest op 5,5 miljard euro en de schuld van de overige regionale en interregionale overheidsinstanties bedroeg bijna 5,8 miljard euro.’.

Jawel, u hebt goed gelezen. Aan Vlaamse kant hebben gewest en gemeenschap (samen de VG) een schuld van 18,6 miljard euro. Aan Franstalige kant staan gewest en gemeenschap voor 31 miljard in het krijt. En dan spreken wij nog niet eens over Brussel.

Als kabinetschef van de CVP heeft hij driemaal België hervormd. Nu vindt ook hij en zevende staatshervorming nodig, een België met vier.

Het ‘Centre de Recherches en Economie Régionale et Politique Economique’ (CERPE) is een onderzoekscentrum van de Université de Namur. Naast ander onderzoek, publiceren zij geregeld grondige doorlichtingen van de openbare financiën van alle entiteiten in dit land. Uit een van hun studies blijkt dat het Waalse Gewest in 2019 moest aankijken tegen een geconsolideerde schuld van in totaal 22.734.382 duizend euro. De Franse Gemeenschap heeft een geconsolideerde schuld van 8.347.249 duizend euro en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 6.216.323 duizend euro.

De berekening van de geconsolideerde schuld voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest wijkt om boekhoudkundig-technische redenen wat af van de berekening door Statistiek Vlaanderen. (De onderzoekers in Namen houden enkel rekening met de geconsolideerde brutoschuld, in de berekening door Statistiek Vlaanderen is er een correctie voor de consolideerbare activa; hetzelfde onderscheid wordt ook gemaakt bij de cijfers van het BISA).   

Wij laten deze technische kant van deze discussie even liggen. Voor deze bijdrage valt vooral op dat de som van de geconsolideerde schuld van het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap door de beide bronnen wordt geschat op ongeveer 31 miljard euro.

Vier gewesten - Een truc om de schulden van de Franse Gemeenschap af te wenden naar Vlaanderen?

Wie betaalt deze ‘vereenvoudiging’?

Waarom is deze discussie ook voor Vlamingen belangrijk? Wij moeten ook in het oog houden dat de belangrijkste ‘vereenvoudiging’ van het voorstel van Paul Magnette ligt in het afschaffen van de Franse Gemeenschap. Wie zal die schuld van meer dan 8 miljard afbetalen? Het Waalse Gewest? Zij hebben ook zonder de Franse Gemeenschap al een schuldenlast die groter is dan Vlaanderen. Het Brusselse Gewest? Dan moeten de Brusselse Vlamingen mee betalen voor de Franstalige schuldenput. De federale staat? Ik zie niet onmiddellijk het grote enthousiasme bij de Vlaamse partijen.

Het is al langer bekend dat de schulden van de Franse Gemeenschap een pijnpunt vormen ten zuiden van de taalgrens. Men zou bijna beginnen denken dat het voorstel van de ‘vier gewesten’ eigenlijk een ‘truc’ is voor Wallonië om de schuldenlast van de Franse Gemeenschap af te wentelen naar Brussel en/of Vlaanderen. Stof tot nadenken. Onze bijdrage was gewoon een vingeroefening op basis van gepubliceerde en downloadbare statistieken. Ik wil hierbij wel een dringende aanbeveling sturen naar de universiteiten, de studiediensten en de politieke partijen om de ‘kleine lettertjes’ van de schulden grondig door te nemen. Het gaat niet alleen om centen maar ook om democratische controle.

Tot slot nog dit: de meeste geciteerde cijfers gaan over 2019. Het was in de wereld voor corona. Ongetwijfeld heeft de epidemie ook een impact op de geldstromen en de schulden. De grootte moet nog berekend worden. Bij de begrotingsdiscussie in het parlement van de Franse Gemeenschap bleek alvast dat de schuldenberg flink zal aantikken. Maar dat geldt ongetwijfeld ook voor de andere entiteiten.

Karel Adams

Karel Adams

Hoofdredacteur
De Brusselse Post

EN HET VERHAAL GAAT VERDER

STEUNPUNT TAALWETSWIJZER

U herinnert zich vast wel dat we naar aanleiding van de door minister Benjamin Dalle (CD&V) aangepaste webstek “Steunpunt Taalwetswijzer” er aandacht aan besteedden en een praktisch voorbeeld uitwerkten.

Wat was er weer gebeurd? Iemand uit Vlaanderen had als gevolg van een wandeling in Brussel een “coronaboete” gekregen. Op de enveloppe stond er enkel “Ministère de Justice”. In de brief was de plaats van het gebeuren enkel in het Frans vermeld “Ixelles”, de rest van de brief was in het Nederlands opgesteld. Hij vroeg zich af of hij die boete die erin vermeld stond, wel moest betalen.
Op de webstek van het Steunpunt vonden we wel wat theoretische uitleg en een lijst van zowat 45 mogelijk veel gestelde vragen en antwoorden daarop, maar “onze” vraag stond er niet bij. Er bestaat nu wel de mogelijkheid om naar dit Steunpunt te bellen en elektronisch of op papier een vraag te stellen.

Antwoord van de 'Taalwetwijzer'

Na een paar dagen kregen we het volgende, wat teleurstellende antwoord: “Het Steunpunt Taalwetwijzer heeft onvoldoende informatie om een sluitend antwoord te verstrekken op uw vraag. Het voorliggende advies betreft algemene informatie en geldt daarom onder voorbehoud van de specifieke omstandigheden van uw vraag. (… ) Een akte die is opgesteld met miskenning van de taalwet Gerechtszaken, is nietig. De nietigheid moet ambtshalve door de rechter worden vastgesteld. U kan in principe niet zelf uitgaan van de eventuele nietigheid van de akte. Het Steunpunt Taalwetwijzer kan geen beoordeling maken van de wettigheid van de coronaboete in casu. Het Steunpunt Taalwetwijzer verstrekt geen advies over een eventueel beroep of termijnen. Als u een specifiek advies of informatie over het indienen van een eventueel beroep wenst, raad ik aan om contact op te nemen met een juridisch raadgever, zoals een advocaat. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.”

Uit dit bericht halen we dus de belangrijke melding dat de nietigheid door een rechter moet worden vastgesteld. Het leek ons echter te omslachtig en te kostelijk voor het VKB om voor dit bedrag een advocaat op te trommelen.

Het voorval inspireerde ons echter om verder na te denken over de werking van dit steunpunt en het standpunt van de ‘gewone’ Vlaming die te maken heeft met taalwetsovertredingen in Brussel. Waarom zou dit steunpunt zelf geen gespecialiseerde advocaat in dienst nemen, die dergelijke dossiers bestudeert en voor de rechter brengt, zonder dat er extra kosten en lasten vallen op de schouders van de gedupeerde Vlaming? De hoofdstad krijgt ongeveer 1,5 miljard om haar hoofdstedelijke taken uit te oefenen, waarvan het grootste deel uit Vlaanderen komt. Dan kan er toch wel nog wat bij om te zorgen dat de taalwetten worden toegepast, ten voordele en niet ten laste van Nederlandstaligen. Het zou een goed besteed bedrag zijn. Nu is de procedure vaak omslachtig en ingewikkeld. Een klacht indienen bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht heeft al te vaak geen resultaat.

Wedden dat die voorgestelde functie snel uitdovend zou worden, omdat al de Brusselse diensten dan plots wel de taalwet zouden toepassen?

Maak er werk van, Vlaamse ministers!

Blaaft in aa kot

Refrein
Ja, na vleeg kik terug in maa kot
da komt maa tot ee oeët maan strot
gedôn mè boeëte te flaneire
ge zult de covid attrapeire
poleteek zit mei in ’t complot
’t mokt ne mings in zaan oeës platzot
al miër as ë jôr zit ekik achter slot
‘k wër zot in maan aaige kot!

Ik em in de stad ë klaain appartement
gekocht vui in maan leste dôge
op ’t neigeste van ën iel uug batiment
mè ‘n ascenseur: ‘k èm ni te klôge
mo mè covid kwamp na ët confinement
ët zet ons vast ge mô ni vrôge
maan vraa dee was domei zeikes ni content
begint den gielen dag te zôge:

Refrein

Ik aa nô nen taaid vriedig de cafard
‘k besteldege ën bakske geuze
da goenk gô no binne ‘k kreig ët in maan staar
en boemsalabim ’t was al reuze
maan vraa sloeg bekanst onzen teivei kapot
mè te zeen nô Frank Vandenbroucke
‘k za: “eila past op want das ons aaige kot
gie kastiel glak da van Marc Coucke!”

Refrein

Deel de Brusselse Post op al je sociale media kanalen

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on pinterest
Pinterest
Share on telegram
Telegram
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Meer Brusselse Post

Kaart naar vier gewesten

Brusselse Post – Mei 2021

WAT MET BRUSSEL? Relanceplan In opdracht van de Waalse minister-president Elio Di Rupo gingen Waalse ondernemers, academici en vertegenwoordigers van de vakbonden en uit het

Lees verder »

Brusselse Post – April 2021

Een vaak gehoorde slagzin is dat populisten graag simpele oplossingen voorstellen voor ingewikkelde problemen. Als dat klopt, dan moeten we de heer Walter Zinzen voortaan tot de categorie van de populisten rekenen, nu hij het ei van Columbus op tafel legt in verband met Brussel (in een opiniestuk in De Morgen van 1 maart).

Lees verder »

Deze webstek gebruikt cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren.