Een uitgave van het Vlaams Komitee voor Brussel

De Brusselse Post | maart 2022

Bernard Daelemans

Bernard Daelemans

Voorzitter Vlaams Komitee voor Brussel

Het ‘Pacte d’excellence’ wil structureel sleutelen aan de onderwijskwaliteit

Valt het Franstalig onderwijs in Brussel te redden?

Brussels parlementslid Gilles Verstraete liet zich onlangs ontvallen dat het “wel lijkt alsof de meeste Franstalige Brusselse parlementsleden hun kinderen naar Vlaamse scholen sturen.” Hebben ze dan zo weinig vertrouwen in hun eigen Franstalig onderwijs, waar ze bovendien zelf politieke verantwoordelijkheid voor dragen? Waar de term ‘école poubelle’ op is gemunt? Waarover DéFI-minister Didier Gosuin bijna 10 jaar geleden al zei dat het een “machine is die werkloosheid produceert”? Dat er steeds minder in slaagt om zijn schoolbevolking Nederlands te leren?

Structureel sleutelen aan de onderwijskwaliteit

De Franstalige wereld is zich bewust van die problemen. Ze timmert al jaren aan een breed opgevat ‘pacte pour un enseignement d’excellence’. Geen overbodige luxe als men weet dat momenteel in het Franstalig onderwijs in Brussel een kwart van de leerlingen uitstroomt met hoogstens een diploma van lager middelbaar onderwijs.

Dat pact wil structureel sleutelen aan de onderwijskwaliteit door vooral de diplomavereisten voor de leerkrachten op te trekken. Zo mogen bachelors niet langer in het hoger middelbaar onderwijs lesgeven en moeten alle leerkrachten een pedagogisch einddiploma hebben of verwerven.

De Franse Gemeenschap armlastig

Het optrekken van de diplomavereisten kost handenvol geld terwijl de Franse Gemeenschap armlastig is. Ook de opwaardering van de lerarenopleiding loopt vast door financiële beperkingen. In plaats van 5 jaar zal de opleiding maar 4 jaar duren en dat laatste jaar zal dan uiteindelijk voornamelijk uit stages bestaan. De vraag is of de leerkrachten dan ook daadwerkelijk zullen zijn voorbereid om in scholen met een ‘moeilijk’ publiek kwalitatief les te geven. In het Franstalig onderwijs geldt nog steeds het geloof in het opwaarderen van de onderwijskwaliteiten van de individuele leerkracht.

Het Vlaams onderwijs investeerde meer in de versterking van schoolteams en het verplicht samenwerken van leerkrachten en ervaringsuitwisseling. Hun pragmatische benadering lijkt in Brussel toch vrij goed te werken. De structurele langetermijnplanning van de Franse Gemeenschap moet zich nog helemaal bewijzen en kan pas over afzienbare tijd vruchten afwerpen. Vergeleken bij Vlaanderen is het lerarentekort in de Franstalige scholen nog veel nijpender.

Beter onderwijs Nederlands?

De vraag is of het ‘pacte d’excellence’ ook zal leiden tot een beter onderwijs Nederlands. In het verleden trachtte parlementslid Liesbeth Dhaene de discussie over het Nederlands in de Franstalige scholen op de agenda te zetten. Haar nota stipte wel een aantal structurele problemen aan: zo verplicht de (federale) wet de Brusselse lagere scholen om al vanaf het 3de leerjaar van de lagere school Nederlands te geven maar de Franse Gemeenschap heeft daarvoor geen specifieke middelen uitgetrokken (Brusselse scholen krijgen evenveel geld als Waalse, zelfs al moeten ze extra Nederlands geven).

In de Waalse lerarenopleiding is ook al geen rekening gehouden met die verplichting om Nederlands te geven in Brussel, want in Wallonië is het Nederlands noch in de lagere noch in de middelbare school verplicht. Het gevolg is dat in Wallonië opgeleide onderwijzers die in Brussel voor de klas komen te staan, geen Nederlands kennen hoewel ze dit wel vanaf het derde leerjaar moeten onderwijzen.

Dat laatste zou misschien nog wel eens kunnen veranderen. Althans, de huidige minister van onderwijs Caroline Désir liet in het regeerakkoord opnemen dat een studie moet worden besteld om de implicaties en voordelen van het verplichten van Nederlands als tweede taal in alle Waalse scholen te bekijken. Gilles Verstraete heeft haar daarvoor alvast gefeliciteerd.

Karel Adams

Karel Adams

Hoofdredacteur
De Brusselse Post

Er wonen dus toch nog Vlamingen in Laken

Brusselse toestanden in Laken

Na Neder-over-Heembeek en Haren bezochten we de laatste deelgemeente van Brussel die in 1921 aan Brussel werd gehecht. Laken had een minder goede financiële toestand, onder andere door de bouw van een monumentaal gemeentehuis in 1919, dat dus maar twee jaar dienst heeft gedaan. Het herbergt nu het politiekantoor, de Franstalige bibliotheek, het Franstalig cultureel centrum en het verbindingsbureau of de zogezegde administratieve antenne van de Stad Brussel.

 

Bij een bezoek van deze deelgemeente op 19 november 2021 zagen we alvast dat de parkeerautomaten een zo goed als eentalig beginscherm hadden: het enige Nederlands dat erop staat vermeld, is ‘Onze stad’, naast het vermaledijde BXL-logo. Naast ‘Langues’ staat ook een vlagje en wie goed is in raden, klikt hier. Het volgende scherm is niet veel beter dan het vorige: na “Touchez l’écran pour faire votre choix” staat er ‘Nederlands’.

 

“Een ogenblek alstublieft”

In de grote lokettenzaal van het dienstencentrum hangen op verschillende plaatsen berichten dat er niet mag worden gegeten of gedronken. Waarschijnlijk is dit een gewoonte van de plaatselijke Franstaligen, want het bericht had geen Nederlandse vertaling. Franstaligen bezondigen zich ook aan geweld tegenover mensen achter het loket, want ook hier zagen we geen vertaling van.

Toen we aan een loket inlichtingen vroegen, kregen we eerst de vraag om onze identiteitskaart en dan “Een ogenblek alstublieft”. Enige minuten later kwam een man naar het loket, die duidelijk verstoord ons in begrijpelijk Nederlands uitleg kon geven.

 

Het politiebureau is in hetzelfde reuzengebouw gelegen, wat het voordeel gaf dat we niet weer buiten in de regen hoefden te gaan. Er hing een bel met ‘Police’, waarna we binnen mochten. Ik vroeg er om een plattegrond van de gemeente, maar de loketbediende zei – wat te vlug volgens mijn zin: “Nee, hier nee”. Ik vroeg dan ook even verder en al gauw viel ze door de taalmand en kwam ze af metVous ne parlez pas un peu de français? Vous avez été à la commune? Ici à côté?” Een blad met een pijl ‘sortie’ toonde verder de weg.

“I don’t speak Nederlands”

Het OCMW heeft eveneens een ‘antenne’. Ik bezocht de Sociale Antenne Moorslede, een onderdeel van ocmw.bru.irisnet.be. Op het raam las ik CPAS au n° 58 en op de deur stond ‘1 personne à la fois’. Zou het ook hier zijn zoals in Brussel Stad, waar men onmiddellijk naar de kennis van het Frans vroeg?

De man achter het loket antwoordde op mijn vraag in het Engels “I don’t speak Nederlands. Vous parlez français non?” Hij belde een collega “Il y a ici quelqu’un qui parle le Néerlandais. (Gelach)”. En tegen mij: “Wait”. Na enige minuten kwam een vrouwelijke collega naar beneden die mij dan toch in min of meer gebroken Nederlands verder kon helpen.

 

Op het nummer 54 in dezelfde straat is er een dienst van de straathoekwerker en van sociale bemiddeling. De EDR (Educateur de rue) heeft wel bepaalde aanwezigheidstijden, maar die zijn enkel in het Frans vermeld. Vlaamse ouders mogen wel belasting betalen, maar als ze lastige kinderen hebben, dan moeten ze maar elders gaan.

Van De Tandenbleker naar het sportcentrum

Het Nederlands lijkt in deze gemeente verbannen, maar in dezelfde Moorsledestraat vond een Nederlandse keten dat het hier toch anders kan en hing grote panelen voor haar winkel in het Nederlands: De Tandenbleker. Ik zou veronderstellen dat zo een keten toch vooraf wat marktonderzoek doet vooraleer ergens een winkel te openen en kan dan alleen maar besluiten dat er in Laken voldoende mensen wonen die én Nederlands kennen én tandproblemen hebben.

 

Op naar het sportcentrum. Op de deur van het enigszins verscholen zwembad hangen verscheidene  mededelingen. De meeste zijn in het Frans en in het Nederlands, maar niet allemaal. Binnen hangt er een ‘Avis à la clientèle: Merci de bien vouloir présenter votre carte de club à chaque cours.’ Het dametje achter het loket had blijkbaar weinig Nederlandse lessen gevolgd en kon enkel “Vous ne parlez pas un peu de français?” Ze belde een collega, waarna er een Nederlandstalige onderhoudsman naar beneden kwam.

Nederlandstalig gemeenschapscentrum

De jongen in het sportcentrum was een Vlaming en zelfs in het plaatselijk postkantoor kwam ik terecht bij een Nederlandstalige. Er wonen dus toch nog Vlamingen in Laken. En inderdaad, er is zelfs een Nederlandstalig gemeenschapscentrum met een bibliotheek waar een Franstalig dagblad en Franstalige tijdschriften liggen. In de Franstalige bibliotheek ligt er enkel één Nederlandstalig tijdschrift.

 

Maar ik kan amper bevatten waarom dit gemeenschapscentrum niet meer in de bres springt voor de Vlaamse taalgenoten. Weten ze echt niet wat er gebeurt in hun dienstencentrum, het plaatselijke OCMW of het zwembad?

 

 

Karel Adams

Karel Adams

Hoofdredacteur
De Brusselse Post

Het zwembad Poseidon

Dragen Nederlandstaligen boven hun mondmasker met plezier oogkleppen?

Bij een zomers bezoek (24 augustus 2021) aan het zwembad Poseidon van de Brusselse gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe viel ons weer een aantal onregelmatigheden op.

  • Een tijdelijke parkeerplaats die we ‘Zoenstrook’ zouden noemen, werd aangeduid met het Franstalige ‘Dépose minute’ en het Engelse ‘Drop off’.
  • Aan de buitenkant van het gebouw hing enkel een Franstalige affiche met de lijst van mogelijke activiteiten in het sportcentrum.
  • Aan de ingang waren tal van mededelingen over corona enkel in het Frans en het Engels opgesteld.
  • Een ontsmettingsapparaat was ‘hors service’.
  • Aan de deur van het secretariaat hing een bericht enkel in het Frans.
  • Binnen droeg een verwijsbord enkel Franstalige benamingen (tennis de table, salle polyvalente …)
  • Aan de vensters van het onthaal waren meerdere mededelingen enkel in het Frans opgesteld.
  • Toen ik uitleg wilde krijgen over zwemlessen, moest ik ondervinden dat de dame achter het loket geen woord Nederlands wilde spreken. Nadat ze met veel moeite begrepen had wat ik wilde, gaf ze me een Franstalig papiertje in handen, hoewel ik steeds Nederlands heb gesproken.

Uiteraard hebben we al deze onregelmatigheden als klacht verstuurd naar de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Zodra we een bericht van de VCT krijgen, zullen we het op deze bladzijden publiceren.

Toch stellen we ons de vraag: gaan er echt nooit Nederlandstaligen naar dat zwembad of dragen ze boven hun mondmasker met plezier oogkleppen?

 

Corona

Corona,

Gaa èt maa vriedig g’ atrappeid

ik was, pertank al lank gevaccineid

ik oest al dôge en ‘k zit mè last van ’t vleegend snot

‘k zen meug en plat en slap gelak ën schoutelvod

corona,

na veul ekik ma toch zuu zeek

‘k weit nemi wa ‘k smook en wa da ‘k reek

eau d’ cologne riekt vui maa pesees gelak ën rotte tomat

ne stront smokt nô sjokolat.

 

Corona,

naa lig kik al in de klinik

dad ès, ee vui maa giene piknik

dô steike zeikes al zeive boeëze in maa laaf

masjiene blôze maa op en af ès da ni graaf?

corona,

ik lig ee ôn den oxygène

corona, wô godde gaa naa mè maa eine?

‘k veul maa te joenk vui naa al duud te môte gôn

astableeft lot maa bestôn

 

Corona

‘k zèn dui ë nollegat gekroupe

’t gô leive, da gô vui maa naa weial oupe

‘k zèn toeës ‘k lig op den divan in maane pyjama

maan vraa soigneit maa extra gelak as ne pasja

corona,

dad ès zeikes eet van den ond

das afzeen van ôn aan kop tot ôn aa kont

schraaift in aa gazèt dad alleman ët iel gô wèt:

zuu zeek zaain das niks vui ne ket.

Deel de Brusselse Post op al je sociale media kanalen

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on pinterest
Pinterest
Share on telegram
Telegram
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Meer Brusselse Post

odisee

De Brusselse Post | juli 2022

HAAL HIER EEN PDF VAN DE BRUSSELSE POST OP Louis Paul Boonkring-debat over Brussel Progressieven debatteren over staatshervorming De Brusselse Louis Paul Boonkring organiseerde onlangs

Lees verder »

De Brusselse Post | mei 2022

Het Vlaamse socialistische OCMW-raadslid uit Anderlecht Fahim De Leener pleit voor een 20ste OCMW in Brussel, een OCMW voor de Nederlandstalige Brusselaars. De dienstverlening voor Nederlandstaligen is in de Brusselse OCMW’s immers ondermaats.

Lees verder »

De Brusselse Post | april 2022

Al sinds zijn oprichting in 1989 was duidelijk dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nooit zelfbedruipend kon zijn. Daarom werd van meet af aan al een structurele jaarlijkse financiële injectie van federaal geld voorzien.

Lees verder »

Deze webstek gebruikt cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren.