Een uitgave van het Vlaams Komitee voor Brussel

Brusselse Post | November 2021

Karel Adams

Karel Adams

Hoofdredacteur
De Brusselse Post

Verworpen

Onkunde, onbegrip, demotivatie

Het verhaal is gekend en eentonig. Het lijkt meer en meer op het gezaag van een oude vrouw, die machteloos moet toezien hoe haar waarden door cynisch gelach worden weggehoond. Het laatste rapport van de Vlaamse vicegouverneur haalde door de voorspelbaarheid ervan zelfs bijna de media niet meer. Net zoals de vorige jaren heeft de vicegouverneur bijna 2.000 aanwervingen en benoemingen bij de Brusselse gemeenten en OCMW’s moeten schorsen, omdat ze in overtreding waren met de Belgische taalwetgeving.

Taak Brusselse regering

Volgens het taalrapport voldeed slecht 15,4 procent van de contractuele aanwervingen. 63% dienden te worden geschorst, terwijl 21% toch getolereerd werd omwille van de beperkte looptijd van het contract. En zoals de vorige jaren scoorden de OCMW’s nog slechter. Slechts 4,7% van de aanwervingen voldeed.

Als het gemeentebestuur of het OCMW die onterechte benoeming niet wil aanpassen of intrekken, belandt het dossier bij minister-president Rudi Vervoort (PS). Hij kan die vernietigen. Helaas is dit nog nooit gebeurd. Het is zelfs de vraag of een rapport van de vicegouverneur ooit wordt besproken op een ministerraad, ofschoon er ook Nederlandstalige ministers in die Brusselse regering zitten.

In feite zou dan de federale overheid op de proppen moeten komen en de Brusselse regering moeten aanspreken, maar die federale regering heeft geen rechtstreekse controlerende bevoegdheid. Toen Jan Jambon minister van Binnenlandse zaken was, heeft hij wel beslist om de federale taalpremies voor de Brusselse gemeenten en OCMW’s niet langer te betalen, maar er werd veel meer van hem verwacht. We hadden wel de indruk dat de klachten die we in die periode indienden bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht sneller werden behandeld, maar dat kan ook aan andere factoren liggen.

Wiens probleem?

Het argument dat de Franstalige politici steevast inroepen, is dat ze te weinig kandidaten vinden die voldoende Nederlands kennen. Het is zeker voor een deel waar dat het Franstalig onderwijs in het algemeen erg matig scoort en vooral op het vak Nederlands weinig  inzet, maar dat is dan ook weer een fout van de Franstalige politici zelf die dit probleem laten verrotten en de Vlaamse politici die doen alsof ze niets met dit probleem te maken hebben.

Mathias Vanden Borre (N-VA) 

diende in de Brusselse gemeenteraad een motie in over het naleven van de taalwetgeving in Brussel-Stad bij de aanwerving van gemeentepersoneel. 30  (Franstalige) tegenstemmen en 11 (Nederlandstalige) onthoudingen waren het resultaat. Enkel de indiener stemde voor… Een ontstellend en verschrikkelijk resultaat waaruit de onwil van de Franstaligen naar voren springt en de lafheid van Nederlandstalige lamme goedzakken weer is bevestigd.

Voorstel Vuye & Wouters verworpen

Het had best anders kunnen zijn. Vuye & Wouters dienden in 2019 een voorstel in om de vicegouverneur ook vernietigingsbevoegdheden te geven, zodanig dat de taalwetgeving eindelijk afdwingbaar werd. Helaas schoot de Kamer dit voorstel op 21 maart 2019 af. Het was een door de indieners goed voorbereide en unieke kans. Hebben Vlaanderen en de Vlaamse Beweging toen wel goed beseft welk kantelmoment er voor het grijpen lag? We durven het te betwijfelen. Het voorstel verdiende zeker meer aandacht en steun. Onkunde, onbegrip, demotivatie over wat er in Brussel gebeurt hebben dit bijzondere voorstel doen kelderen nog vooraleer het in de Kamer aan bod kwam. Het zou nochtans voor iedere Vlaming klaar en duidelijk moeten zijn: wat in Brussel gebeurt, heeft een weerslag op heel Vlaanderen. In Vlaams-Brabant en zelfs in het Oost-Vlaamse Aalst beseft men het elke dag duidelijker en duidelijker. Daarom is het VKB oprecht verheugd dat het een plaats heeft in ONAF. Maar mogen we toch nog wat meer aandacht vragen? In ieders Vlaams belang?

Michaël Vandamme

Gast auteur Brusselse Post

Interview met Georges De Smul (CD&V), gemeenteraadslid in Sint-Lambrechts-Woluwe

Brussel is nooit een makkelijke stad geweest

Op het einde van deze legislatuur zal Georges De Smul er meer dan drie decennia erop hebben zitten hebben als gemeenteraadslid. In Sint-Lambrechts-Woluwe dan nog, met een zekere Olivier Maingain (DéFI) als burgemeester. Georges staat bekend als een dwarsligger, maar telkens resultaatgericht en met een positieve insteek. Maar zit zijn grote meerwaarde niet in de combinatie van die politieke bezigheden met zijn professionele inzet, sportieve activiteiten en vooral filantropie?

Ik sta op mijn rechten

Het verhaal van Georges De Smul had er een van zovele Vlaamse inwijkelingen in Brussel kunnen worden, maar kreeg dan toch een wat aparte wending. Inmiddels is hij al een stevig eind in de zeventig en kan hij terugblikken op een rijkgevuld leven. Hij was o.m. kruidenier, politicus en marathonloper, tijd en ruimte ontbreken om de lijst exhaustief te maken. Laten we het verhaal in Brussel beginnen. “In 1966 kwam ik toe in Brussel, meer bepaald in Etterbeek, afkomstig uit la Flandre profonde” legt hij lachend uit. “Drie jaar later kreeg ik de kans een kruidenierszaak over te nemen hier in Sint-Lambrechts-Woluwe. Wat volgde waren drie decennia van hard labeur, samen met mijn vrouw Arlette. Maar dat rendeerde. Het bezorgde me financiële onafhankelijkheid. Dat is een luxe voor wie aan politiek doet. Uiteindelijk stopte ik in 1998 en ging ik als vijftiger met pensioen. Ik bleef echter even actief, zij het op andere vlakken.”

 Christelijk mens

We spreken Georges op het terras voor zijn huis in Woluwe. “De koffie staat klaar”, zoals men in Nederland wel vaker op bordjes zag staan. Bij de CD&V-politicus geen bordje maar een mooie schotel met kopjes, toebehoren en koffiepot. Hij staat erop om ons zijn voormalige winkel te tonen, inmiddels deel uitmakend van een Franse keten met C als eerste letter. Hij loopt er in alle vertrouwdheid binnen en toont ons de opslagruimte en nog een pand ernaast dat hij verhuurt. “Ik had perfect Brussel kunnen verlaten, maar deed dit niet”, stelt hij. “Bewust niet. Er is een reden waarom ik politiek actief werd. Dit geef je niet zomaar op.”

Zijn keuze voor de CD&V noemt hij evident en zonder schroom omschrijft hij zich als ‘een christelijke mens’. Dat men hem aan Franstalige kant wel vaker als extremist heeft bestempeld, doet hem hartelijk lachen. “Allesbehalve, maar ik sta op mijn rechten”, vat hij zijn insteek samen. Net zoals de evidente keuze voor de christendemocratie is er diezelfde evidentie om zich te handhaven in een weinig Nederlandstalige omgeving. “In mijn winkel werden altijd vier talen gesproken”, legt hij uit. “Ik zag dagelijks honderden klanten onder wie slechts enkele tientallen Nederlandstaligen. Het waren de jaren waarin steeds meer eurocraten zich in Brussel vestigden. De gewone mens in de straat gaat naar een winkel omdat die goed is. Politiek heeft daar niets mee te maken. Mijn kinderen zaten ook in klassen waarvan slechts een kleine minderheid Vlaams kon worden genoemd. De demografie is echter wat ze is. Ook mijn kinderen hebben Brussel verlaten, eentje woont zelfs in Zuid-Afrika.”

 

Een slecht rapport van het Rekenhof is politiek heel onaangenaam.

Tot in den treure

Inmiddels is Georges De Smul toe aan zijn vijfde termijn als gemeenteraadslid. Telkens werd hij verkozen in een andere partijpolitieke constellatie. De laatste keer op de MR-lijst. “Het cdH ging met enkele kandidaten in zee op de lijst van burgemeester Olivier Maingain van DéFI, het vroegere FDF”, legt hij uit. “Maar door mijn uitgesproken Vlaamsvoelendheid was er op die lijst geen plaats voor mij. Ik wik mijn woorden, maar het cdH heeft me gewoon als een baksteen laten vallen. Uiteindelijk werd het de MR. We haalden vier verkozenen, wat te weinig was om me Vlaamse schepen te maken. Eigenlijk is het een wonder dat ik in een erg Franstalige gemeente als Sint-Lambrechts-Woluwe als uitgesproken Vlaming vijf keer werd verkozen.”

“Wat ik vraag is niet meer dan de toepassing van de wet”, vat hij samen. “En dat gaat van de tweetaligheid van het gemeenteblad tot de informatie die je aan het gemeentelijke zwembad te zien krijgt. Je moet tot in den treure op diezelfde nagel slaan. Maar dan boek je ook wel succes. Weliswaar te weinig (succes). Maar dat mag geen reden zijn om de inzet te minderen.”

 

Geduld en volharding

Inmiddels nadert het einde van De Smuls politieke carrière. “Bij de laatste gewestverkiezing was ik lijstduwer, zonder ambitie, dat spreekt, maar enkel en alleen om de collega’s te steunen. Dit wordt sowieso mijn laatste mandaat. Ik kan alvast met opgeheven hoofd stoppen. Ik heb mijn best gedaan, mij erg ingezet en gelukkig wat resultaten geboekt ook” (lacht).

We koppelen weer naar die eerdere vaststelling: er is heel wat ruimte nodig om alle hoedanigheden van hem op te sommen. Samen met zijn dochter in Zuid-Afrika kreeg het project ‘Born in Africa’ gestalte, een armoedeproject voor kinderen aldaar. Ooit was er die venijnige opmerking van Olivier Maingain toen hij in Zuid-Afrika was waar die het over zijn ‘vrienden’ en de ‘apartheid’ had. “Dat is uitgeklaard en ik heb daar een positieve wending aan gegeven”, aldus De Smul. “Inmiddels steunt de gemeente ook het project” (lacht).

Georges werd door Koning Albert benoemd als commandeur in de kroonorde en kreeg de prestigieuze prijs van de Doktersgilde Van Helmont. Het Rode Kruis gaf hem het gouden ereteken en een diploma voor 200 keer bloed geven. Van Unizo kreeg hij het gouden ereteken voor een inzet van 50 jaar en van Artsen zonder Grenzen kreeg hij een diplomacertificaat als sponsor-sporter van 1985 tot nu.

 

Politiek testament

Er is echter meer. Of het nu over Artsen zonder Grenzen gaat, 11-11-11 of nog Poverello, telkens duikt de naam van Georges De Smul op. En geld verzamelen doet hij op een erg actieve manier. Hij heeft 125 marathons op zijn palmares. Meer dan 5200 km dus. Op een vraag over zijn problematisch alcoholprobleem antwoordde hij dat het zo niet verder kon en dat hij resoluut de knop omdraaide. Voor hem was dat nooit een taboe.

“Op mijn leeftijd is je verhaal een politiek testament”, besluit hij. “Ik ben getuige en deelnemer geweest van een samenleving die drastisch veranderd is. Zeker voor de Vlamingen in Brussel. Door hardnekkigheid te combineren met een positieve instelling wist ik in alle bescheidenheid toch wel een steentje in de rivier te verleggen. Hopelijk kan deze aanpak ook een volgende generatie inspireren. Brussel is geen makkelijke stad en is dat ook nooit geweest. Maar met geduld en volharding kan je wel iets betekenen voor de Nederlandstaligen.”

Neder-over-Heembeek en Close onder de loep

De antwoorden van de VCT.

Bij een bezoek in Neder-over-Heembeek, deelgemeente van Brussel, hadden we twee tijdelijke verkeersborden opgemerkt, waarvan enkel de Franstalige toelating zichtbaar was. We dienden klacht in bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT), die dit meldde aan Brussels burgemeester Close. Hoewel de VCT twee brieven schreef, kwam er nooit antwoord van Philippe Close. Uiteraard werd onze klacht ontvankelijk en gegrond bevonden.

***

Begin maart telefoneerden we naar het verbindingsbureau in deze deelgemeente. De dame aan de andere kant van de lijn kende onvoldoende Nederlands om een normaal gesprek mee te hebben. Nu kwam er wel een antwoord van de verantwoordelijke burgemeester Close waarin hij aanvoerde dat alle zes bedienden zich minstens behoorlijk konden uitdrukken in het Nederlands. “Indien een persoon echter meent dat omdat bijvoorbeeld zijn vraag zo complex is dat hij geen gesprek kan voeren met de beambte, kan hij steeds vragen naar een Nederlandstalige beambte of dienstchef (sic).” De VCT vond het niet nodig een eigen onderzoek te starten en besloot met “De klacht wordt ontvankelijk en gegrond bevonden in zoverre betrokkene niet in het Nederlands werd bediend”.

***

In datzelfde verbindingsbureau hadden we ondervonden dat op het inkomticket onder het tweetalige ‘Bienvenue-Welkom’ enkel de vermelding ‘Toutes opérations’ stond. Ditmaal antwoordde burgemeester Close dat de fout bij ons lag. “Als hij zich aanmeldt, moet hij een ticket met volgnummer nemen en op de ticketverdeler zijn taal kiezen en dan de gekozen verrichting aangeven. In dit geval krijgt hij een ticket in de gevraagde taal. Ik vermoed dat betrokkene bij zijn bezoek een ticket heeft genomen terwijl het scherm nog in het Frans stond naar aanleiding van het bezoek van een Franstalige burger en vervolgens een verrichting heeft gekozen zonder terug te gaan naar de hoofdmenu (sic) met de taalkeuze.” De VCT nam deze uitleg aan en seponeerde de klacht als ongegrond.

Het is een zeer betwistbare uitleg van Close. Als deze ticketverdeler in de Franse taal stond omdat een Franstalige voorganger die in die taal heeft gebruikt, zou het toestel achteraf in een neutrale stand moeten teruggekeerd zijn, waarbij de keuzetoets voor Nederlands of Frans tegelijk en zichtbaar zou moeten zijn. Ik herinner me geen keuzetoets, maar een Vlaamse inwoner van Neder-over-Heembeek wil dat misschien even voor mij nakijken? Nu is het wel zo dat in Brussel de schermtaal van vele ticketapparaten (zoals ook parkeerautomaten) die is van de vorige gebruiker en aangezien de meeste gebruikers ervan Franstalig zijn, is die zeer vaak het Frans of keert ze standaard naar het Frans terug. Dat hebben we zelf ook al meermaals ondervonden. Volgens ons is deze praktijk een aanfluiting van het gelijkwaardigheidsbeginsel omdat een Nederlandstalige een extra handeling moet doen om op het apparaat een Nederlandstalige tekst te doen verschijnen. En wie niet goed oplet of weinig tijd heeft, krijgt hierdoor een Franstalig ticket in handen.

De neuven Eddy

Memme wei nen neuven Eddy, Eddy,

mo daan raaid ni par velo:

neie, onze neuven Eddy, Eddy,

spelt alliën mè ne micro.

 

Ja, ei wilt van alles schraaive, schraaive,

van basket bal en lange waaive, waaive,

en, in ons memoure blaaive, blaaive,

as ne plezante numero…

 

Onzen Eddy zat te sjatte, sjatte,

ei aa stoemelings wa gezeid

ouver gruute Belge katte, katte,

en da’s ni gepermitteit.

 

Ei mô liëre op te lette, lette,

op taaid, zane micro afzette, zette,

anders kraaigt ëm ette klette, klette,

as êm te vreug démareit…

 

Eddy waa êm nog verweire, weire,

ei aa zeikes gruute spaait

want ei kwamp in de miseire, seire,

sebeet, was ëm zaan joppeke kwaait

 

Ja, ei mô vui altaid  zwaaige, zwaaige,

da gô, zuu mô ni van zaan aige, aige,

katte, ge zou ‘t er eet van kraaige, kraaaige,

zegt dad Eddy ‘t ei gezeit…

 

Nen echte ket lot ëm ni pakke, pakke,

want ei kent la petite histoire

da La Fontaine aa gebakke, bakke,

van le corbeau et le renard:

 

De moral môje gôd ontave, ave:

as gaa, aan ettekeis wilt ave, ave,

môd, op taaid aan smool too ave, ave,

anders zedde de sigaar…

Deel de Brusselse Post op al je sociale media kanalen

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on pinterest
Pinterest
Share on telegram
Telegram
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Meer Brusselse Post

odisee

De Brusselse Post | juli 2022

HAAL HIER EEN PDF VAN DE BRUSSELSE POST OP Louis Paul Boonkring-debat over Brussel Progressieven debatteren over staatshervorming De Brusselse Louis Paul Boonkring organiseerde onlangs

Lees verder »

De Brusselse Post | mei 2022

Het Vlaamse socialistische OCMW-raadslid uit Anderlecht Fahim De Leener pleit voor een 20ste OCMW in Brussel, een OCMW voor de Nederlandstalige Brusselaars. De dienstverlening voor Nederlandstaligen is in de Brusselse OCMW’s immers ondermaats.

Lees verder »

De Brusselse Post | april 2022

Al sinds zijn oprichting in 1989 was duidelijk dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nooit zelfbedruipend kon zijn. Daarom werd van meet af aan al een structurele jaarlijkse financiële injectie van federaal geld voorzien.

Lees verder »

Deze webstek gebruikt cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren.